Vrijtekeningsbeding

 

Elk door Moreau & Blomme Estate Consultants verstrekt advies is gebaseerd op de rechtsbronnen en hun interpretatie zoals deze redelijkerwijze geacht kunnen worden haar bekend te zijn op de datum van ondertekening van het advies en geldt dan ook onder voorbehoud van elke latere evolutie hierin.  Mede gelet op de draagwijdte van de algemene anti-misbruikbepaling vervat in de artikelen 344, § 1 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, 18, § 2 van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten en in 106, tweede lid van het Wetboek der successierechten is een absoluut voorbehoud aangaande de fiscale gevolgen inherent aan elk door Moreau & Blomme Estate Consultants verstrekt advies.

De volledige (contractuele, extracontractuele of andere) aansprakelijkheid van Moreau & Blomme Estate Consultants, haar bestuurders en haar vennoten, uit hoofde van een haar toevertrouwde opdracht is beperkt tot hoogstens het of de bedrag(en) waarop zij krachtens haar beroepsaansprakelijkheidsverzekering(en) daadwerkelijk recht heeft.  Indien zou blijken dat twee of meer schadegevallen voortvloeien uit één en dezelfde fout, worden zij beschouwd als één enkel aansprakelijkheidsgeval en wordt de aansprakelijkheid derhalve beperkt tot het hoogste bedrag van de bedragen die van toepassing zijn op de betrokken opdrachten.  Indien, om welke reden dan ook, geen uitkering plaatsvindt uit hoofde van deze beroepsaansprakelijkheidsverzekering(en), is iedere aansprakelijkheid beperkt tot drie (3) maal het door de cliënt voor de desbetreffende opdracht aan Moreau & Blomme Estate Consultants effectief betaalde totaalbedrag.  Onverminderd het verval van rechtswege van elk recht op schadevergoeding na het verstrijken van een termijn van vijf (5) jaar vanaf de datum van de factuur die betrekking heeft op de bewuste opdracht waarvan de uitvoering desgevallend betwist wordt, vervalt elk recht op schadevergoeding voorts indien Moreau & Blomme Estate Consultants niet middels aangetekend schrijven in gebreke werd gesteld binnen de zestig (60) kalenderdagen na de dag waarop de feiten waarop de aanspraak gebaseerd is bij de cliënt bekend waren of redelijkerwijze bekend konden zijn.